A A A

Insulineresistentie

Paarden en ponys met insuline resistente klachten worden bij Dierenpraktijk Maasduyn behandeld volgens een bepaad protocol: bioresonantie therapie en supplementen, waarbij de eigenaar wordt ondersteund met advies over voeding, wat voor het dier individueel (maatwerk) wordt bekeken: een shetje heeft andere behoeftes dan een paarde wat op Grand Prix niveau wordt gereden.

 

 

Wat is insuline resistentie? Bron: Charlotte Willekens / NML Health





Insuline is een hormoon dat gevormd wordt in de alvleesklier. De belangrijkste
functie van insuline is om, met behulp van zogeheten insulinereceptoren die op
de celwanden zitten, glucose vanuit het bloed te transporteren door de celwand,
de cel in. Eenmaal in de cel kan glucose verbrand worden om arbeid te
verrichten (bijvoorbeeld in de spieren of de hersenen), of om opgeslagen te
worden (vet). Des te meer glucose wordt aangeboden via de voeding (alle
koolhydraten uit de voeding worden namelijk afgebroken tot glucose), des te
sneller het lichaam geneigd is om deze glucose op te slaan in de vorm van vet,
als reserve voor in slechte tijden.



Ook moet het bloedsuikergehalte in binnen bepaalde grenzen blijven omdat
een te hoog of te laag bloedsuikergehalte tot veel gezondheidsproblemen kan
leiden. Wanneer er (te) veel glucose in de voeding zit is er steeds meer
insuline nodig om dit proces te reguleren.



Bij insulineresistentie treedt er een verandering op van de receptoren op de
celwand. De lipidenstructuur van de celwand verandert, waardoor de
insulinereceptoren veel minder goed reageren op de insuline. Hierdoor is er
steeds meer insuline nodig om het glucose door de celwand heen te kunnen
transporteren. In eerste instantie is insulineresistentie dus nog geen echte
suikerziekte zoals vaak wordt gedacht. De pancreas of alvleesklier functioneert
nog steeds, maar maakt overuren om aan de grote behoefte aan insuline te kunnen
voldoen. Dit overwerk kan wel uitmonden in echte suikerziekte (bijna nooit bij
paarden, maar wel vaak bij mensen), omdat de alvleesklier het uiteindelijk
opgeeft. Tot die tijd is het proces nog tot op zekere hoogte terug te draaien.



Ook voor dieren is het van levensbelang om de het bloedsuikergehalte van het
bloed binnen bepaalde grenzen te reguleren. Dit is een samenwerking tussen
hypofyse, de alvleesklier en andere hormoonklieren die door de hypofyse worden
aangestuurd.



De hypofyse is hierbij de regelaar die net zo werkt als een thermostaat.
Als de temperatuur in de kamer de juiste hoogte heeft bereikt, slaat de
thermostaat uit tot hij weer een te lage temperatuur registreert en weer
aanslaat om zo een constante temperatuur via een terugkoppelsysteem te
waarborgen. Via een meting van het bloedsuikergehalte en de hoeveelheden
hormonen in het bloed dat door de hypofyse stroomt, wordt de constante
samenstelling van het bloedsuikergehalte in de gaten gehouden. Dit wordt
aangepast als de omstandigheden hierom vragen, zoals tijdens arbeid, stress of
juist rust waarbij meer of minder glucose nodig is.

Ook dit is een terugkoppelsysteem. Het systeem kan namelijk ook registreren dat
het bloedsuikergehalte te laag is de tegenhanger van het opslaan van glucose,
de gluconeogenese, aanzetten via andere hormonen. Bij de gluconeogenese wordt
opgeslagen vet weer omgezet in glucose dat verbrand kan worden in de cel om
arbeid te verrichten.



Wanneer de opname van glucose door de insulineresistentie is veranderd,
functioneert het terugkoppelingssysteem niet meer goed. Door het hoge
insulinegehalte blijft de opslag van glucose als vet in de cel ook doorgaan: de
knop blijft steken op ‘opslaan’. Als er vervolgens arbeid verricht wordt en
glucose verbrand moet worden, komt het verbrandingsproces veel te traag op
gang. Bovendien kan het nieuw gevormde glucose heel moeilijk de spiercellen
binnendringen door de trage werking van de insulinereceptoren. Het gevolg
hiervan is traagheid en stijfheid in beweging.









Oorzaken van insuline resistentie





1) voeding

2) stress

3) ontsteking

4) Hormonale problemen bij de merrie





1) Voeding



Uit het bovenstaande valt direct op dat voeding een belangrijke rol speelt in
het ontstaan van insulineresistentie; het is de meest voorkomende oorzaak. Het
voedingsverhaal behelst veel meer facetten dan alléén het ontstaan van
insulineresistentie, teveel om hier in detail te kunnen bespreken.



Een teveel aan ‘snelle suikers’ is in ieder geval niet goed. De meeste
paardenbrokken zijn geperst met melasse en zijn per definitie niet goed voor
een paard dat gevoelig is voor insulineresistentie. Suiker- en energierijke
sportbrokken en met melasse smakelijk gemaakte muesli’s zijn ook niet goed voor
het insulineresistente paard. Jammer genoeg wordt regelmatig een denkfout
gemaakt: ‘mijn paard is traag, stijf en snel moe, dus laat ik er maar
energierijk krachtvoer in stoppen’. Dit werkt averechts en maakt het dier
uiteindelijk zieker.



Ook zijn een groot aantal pensionstallen ontstaan vanuit een veehouderij met
koeien. Hier zijn de weilanden ingezaaid met Engels raaigras. Dit gras
is kortstengelig is, bevat veel fructaan en wordt regelmatig bemest. Het is een
prima product voor een goede melkproductie bij koeien en om mooie, strak groene
weilanden te creëren maar voor paarden is het te rijk. Paarden hebben behoefte
aan een rantsoen met een constante, trage aanvoer van glucose vanuit de
darm zoals bij langstengelig gras en kruiden het geval is. Paarden kunnen
slecht tegen het pieksgewijze, enorme aanbod van glucose zoals ze krijgen bij
twee grote voerbeurten per dag en suikerrijk gras. Hier moeten de hormonen te
snel op reageren waardoor ze de opname niet goed kunnen reguleren. De aanwezige
darmflora verschuift van bacteriën die rustig en traag cellulose kunnen
verteren (de harde laag rondom de plant) naar bacteriën die een veel snellere
stofwisseling hebben en blij zijn met die snelle suikers. De trage bacteriën
waar het paard zich aan heeft aangepast worden verdrongen uit de darm, dit
veroorzaakt vergaande veranderingen binnen de darm.



Dit gebeurt gelukkig niet in dezelfde mate voor alle paarden, het hangt ook af
van het type paard. Voor meer informatie over verschillende paardentypen
kunt u kijken op www.devijfelementen.nl. Zogeheten ‘aarde
paarden’ zijn gevoeliger, evenals de houttypes wanneer ze niet voldoende arbeid
kunnen verrichten. Of rassen zoals IJslander, Shetlanders en Fjorden die
van nature sober zijn en aan weinig genoeg hebben. Deze rassen zijn geboren om
zwaar werk te verrichten of in de kou te overleven op weinig voeding. Deze
dieren zijn van nature al ingesteld op het opslaan van hun reserves om energie
te sparen voor de slechte tijden. Alleen, onder de huidige Nederlandse
omstandigheden komen deze slechte tijden niet meer. De duizenden jaren van
overleven in sobere, soms vijandige leefgebieden hebben de genetische
achtergrond van deze paarden bepaald. Het zal ook weer duizenden jaren duren
voordat het uitgangspunt ‘overdaad’ hun genoom zal veranderen.



Dit is slechts een greep uit alle aspecten van de voeding als oorzaak voor
insulineresistentie en de management fouten die met de beste wil van de wereld
worden gemaakt. In het kader van de voeding moet nog wel genoemd worden dat
tekorten aan bepaalde mineralen in de voeding zoals magnesium ook kunnen
bijdragen aan het ontstaan of onderhouden van insulineresistentie.





2) stress



Om stress te reguleren maakt het lichaam
hormonen aan zoals cortisol en adrenaline. Deze stresshormonen hebben een
belangrijke functie bij het reguleren van de verbranding in de cel. Ook deze
hormonen staan onder invloed van de regiefunctie van de hypofyse.



Hoewel terugkoppelsystemen van de hormoonhuishouding nooit simpel zijn, hier
toch een simpel voorbeeld. Stress bevordert, zeker bij paarden, de fright
(angst) fight (vechten) en flight (vluchten) reflex. Om te kunnen vluchten of
vechten (arbeid te leveren) is een snelle verbranding nodig. Hierbij spelen
onder andere de al eerder genoemde stresshormonen als adrenaline en cortisol
een rol. Deze hormonen hebben een invloed op de gluconeogenese en verbranding
en opslag.



Een paard dat de hele dag op stal staat is volgens onze opvattingen in rust.
Dat is bij sommige paarden zo, maar lang niet bij allemaal. Paarden die van
alles horen en niets zien, zijn soms in een constante staat van stress. Hierbij
worden bepaalde hormonen teveel aangemaakt en raakt de balans verstoord. Deze
hormonen hebben namelijk veel meer functies in het lichaam en als deze er
steeds in overmaat zijn, loopt het op andere niveaus ook mis. Deze constante
staat van overprikkeling put ook het calcium- en magnesiumevenwicht binnen en
buiten de cel uit omdat het dier in feite constant klaarstaat om te vluchten.
Andere oorzaken van stress zijn het gebrek aan contact met soortgenoten, het
veelvuldig binnen staan en te weinig zonlicht krijgen, een tekort aan beweging
en onjuiste bejegening en behandeling.



Magnesium speelt een belangrijke rol in het stabiliseren van de
insulinereceptoren, het reguleren van ontstekingsprocessen in het onderhuidse
vet en het stabiliseren van de celwand. In de voeding is vaak te weinig
magnesium aanwezig. Bij een stressgevoelig paard wordt de voorraad nog sneller
opgebruikt. Er is dus een diversiteit van gebeurtenissen die kunnen bijdragen
aan het verstoren van de balans waardoor insulineresistentie wordt veroorzaakt
of verergerd.





3) Infectie

Een chronische infectie, met name in de darmen, of een acute infectie in de
luchtwegen of in een been kan bijdragen aan het ontstaan of verergeren van
insulineresistentie. Hierdoor kan het paard hoefbevangen worden terwijl er
niets in de dagelijkse routine is veranderd. De hormonen die betrokken zijn bij
het reguleren van de infectie, zoals cortisol, spelen ook hier een rol. Een
infectie van de darm verstoort de darmflora nog meer dan de voeding al deed,
waardoor dit ook een verergering van insulineresistentie in de hand kan werken.






4) Hormonale problemen bij de merrie

De invloed van oestrogenen bij de merrie
met afwijkende hengstigheid kunnen ook bijdragen aan het ontstaan of verergeren
van insulineresistentie. Deze hormonen worden gereguleerd door de hypofyse en
bij een constante verstoring van met name de oestrogeenspiegel, kan de
hormoonbalans verstoord raken. Dit werkt ook vaak andersom: als een merrie erg
insuline resistent is zal ze weinig tot geen hengstigheid laten zien. Een
merrie die langdurig oestrogeenpreparaten toegediend krijgt zal door deze
medicijnen insulineresistentie kunnen ontwikkelen.





Gevolgen van insulineresistentie bij het
paard





Wanneer een paard insulineresistent is, blijft het vaak niet bij deze klacht op
zich. Insulineresistentie is op zijn beurt de (mede)veroorzaker van een keur
aan lichamelijke problemen bij het paard.



Ziektebeelden en klachten



- overgewicht of ondergewicht

- vetophoping rond manenkam en staartaanzet en buikvet

- hoefbevangenheid

- huidproblemen zoals zomereczeem

- vermoeidheid, spierpijn, spiertrillingen en spierbevangenheid

- onwilligheid om te werken

- verminderde fertiliteit

- luchtwegproblemen

- Cushing

- verergeren van klachten zoals artritis

- rugklachten





Meetbare en zichtbare veranderingen:

Voor u en voor de dierenarts is het van
belang een insuline resistent paard te herkennen, het liefst al vóór er
daadwerkelijk klachten zijn ontstaan. Het meest herkenbare is de verdikking en
verharding van de manenkam. Vaak komen er ook rimpels in de huid. Er komen
vetophopingen bij en voor de staartwortel, achter de schouderbladen en soms
(vooral bij Iberische paarden) strengen vet naast de lange rugspier die eruit
zien als extra zijkwabben. Ook zien we soms een verdikking rond de navel die
zich bij de merrie uit in een kwab voor het uier en bij de ruinen (ook wel bij
hengsten maar die hebben minder de neiging tot vervetten dan ruinen door hun
hogere testosterongehalte) een gezwollen koker met soms ook een vetkwab voor de
koker.



Het bewegingspatroon van het paard begint ook te veranderen. Dieren worden
stijf en stram, lopen kort en soms al wat als op eieren en zijn snel moe. De
stijfheid valt vooral op bij het monsteren, het lijkt dan of het dier gevangen
is in zijn eigen lichaam. De bespiering voelt bij palpatie vaak hard aan en is
zeker niet soepel en kneedbaar! Wat u in feite ziet zijn de ophopingen van het
uit glucose ontstane vet dat wordt opgeslagen op plekken in het lichaam waar
dit het minst kwaad kan. Vaak is ook al veel vet gestapeld in de lever, maar
dat kan niet oneindig doorgaan. In het onderhuidse vet- en bindweefsel, vooral
op de bovengenoemde locaties, is nog wel ruimte voor opslag. Ook wordt er vet
gestapeld in en rondom de spieren.



In het bloed zijn soms al verhoogde insulinewaarden meetbaar, ook bij een
normaal suikergehalte. Het beste bewijs voor echte insulineresistentie is als
het insulinegehalte verhoogd is nadat het paard 12 uur heeft gevast.





Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is het meest heftige probleem dat voorkomt bij het
insulineresistente paard. Door de grote hoeveelheden suiker in de darm
verandert de samenstelling van de darmbacteriën. Meestal is het de
Streptococcis Bovis die de overhand krijgt in de darm, deze zorgt voor
verandering van de darmwand en het vrijkomen van toxines (gifstoffen). Deze
toxines veroorzaken een loslatingsproces van de darmwand op het niveau van de
basaalmembraan. Dit is een laag cellen onder de bekledende laag van de meeste
holle organen. Bij dit loslatingsproces komen enzymen vrij die een scheiding
van de basaalmembraan en de laag erboven veroorzaken. In de darm is dit handig,
omdat het opname proces van de toxinen zo gestopt kan worden. Deze enzymen
komen echter ook in het bloed. Zo bereiken deze stoffen het hele lichaam waar
ze overal waar een basaalmembraan aanwezig is dezelfde reactie kunnen
veroorzaken. Ook in de hoeven. Onder de hoornlaag van de hoef zit ook een
basaalmembraan en zo laat de hoef daar los van het “leven”.

Dit proces is uitgebreid onderzocht door Doctor C.C. Pollit. Deze beide
processen zijn door Pollit ook naast elkaar aangetoond bij hoefbevangen dieren.
Wanneer er door het dichtslibben van de vaatwand door de afzetting van vet een
verminderde doorbloeding is in de voeten, raakt de voet slecht doorbloed
waardoor hoefbevangenheid kan ontstaan. Dit is vergelijkbaar met mindere
doorbloeding van voeten van mensen met suikerziekte. Bij een na aan de
nageboorte staande, acuut bevangen merrie zal het loslatingsproces vooral op
enzymniveau gebeuren, maar bij een in overconditie verkerend dier zal vooral de
verminderde doorbloeding voor problemen zorgen.



Ontsteking (Low Graded Inflammation, LGI)

Vetweefsel is een bron van bepaalde cytokinen. Dit zijn eiwitten die betrokken
zijn bij debloeddrukregulatie, het ontstaan van ontstekingen, immuniteit,
insulinegevoeligheid, glucosehuishouding, eetlust, energiebalans en hemostase.
Deze stoffen worden uitgescheiden door vetcellen. Ze verhogen de
insulinegevoeligheid, maar worden bij overgewicht juist minder uitgescheiden.
Macrofagen die zich in vetweefsel bevinden scheiden ontstekingsbevorderende
cytoninen uit.



Bij overgewicht stijgt het percentage macrofagen, dus ook de hoeveelheid ontstekingsbevorderende
cytokinen. Deze cytokinen versterken de insulineresistentie, omdat bij
infecties en ontstekingen in het lichaam juist een hogere glucosespiegel in het
bloed nodig is, dit is een energieleverancier voor het immuunsysteem. De
stopsignalen die nodig zijn om een ontsteking tot een goed einde te brengen
(zoals vitamine D of omega-3) zijn te weinig aanwezig, waardoor een paard in
een low-grade-inflammatoire staat blijft. Deze low graded inflammation kan
leiden tot endotheel- of epitheeldysfunctie, plaquevorming, micro- en
macrovasculaire schade, maar ook tot luchtwegontstekingen.





Huidklachten / Staart- en maneneczeem

Zoals hierboven al viel te lezen geeft te
veel vetopslag een verhoogde macrofagenactiviteit met ontstekingsbevorderende
stoffen (LGI). Eczeem is een verhoogde macrofagenactiviteit in de huid. Ook
staart- en maneneczeem is zo’n LGI. De staartaanzet en manen zijn juist die
locaties bij het paard met de grootste hoeveelheid vet. Bij LGI is het
immuunsysteem verzwakt, waardoor o.a. het Culicoïdesmugje meer kans heeft om
schade aan te richten. Hierdoor wordt een ontstekingsreactie in stand gehouden.
Vetweefsel is bovendien een opslagplaats van af¬valstoffen en toxinen. Deze
geven jeuk (schuren). Er ontstaat meer schade, dus meer ontsteking en een
vicieuze cirkel ontstaat.





De behandeling van insulineresistentie



1. Het aanpassen van de voeding

Niet-structurele koolhydraten zoals maïs,
tarwe of tarwezemelen, gerst, haver en melasse (voeding met een hoge
glycaemische index) moeten worden beperkt. Er dient voldoende ruwvoer (met een
laag suikergehalte) te worden gegeven, zoals stro, hooi of ‘mager’ gras.



2. Het reduceren van stress

Voldoende zonlicht en buitenlucht, het
leven met soortgenoten en voldoende beweging reduceren de stresssymptomen.



3. Suppletie van (essentiële) nutriënten

Wanneer er sprake is van een
magnesiumtekort kan dit worden aangevuld. Ook suppletie met Omega-3 vetzuren en
Vitamine A en D reduceert de kans op insulineresistentie en ontstekingen.



4. Phytonics Gluco balance

In de strijd tegen insulineresistentie
ontwikkelde Phytonics Gluco balance. Gluco balance bevordert een evenwichtige
bloedsuikerspiegel. Het zorgt ervoor dat de receptoren gevoeliger worden voor
insuline waardoor de glucose-opname verbeterd wordt. Ook werkt het regulerend
op de lever, dit orgaan speelt een belangrijke rol in de
(glucose)stofwisseling. Bij diabetes mellitus is het immuunsysteem verstoord,
wat zich vaak uit in een verhoogde vatbaarheid voor infecties en een abnormale
wondgenezing. Ook schade aan bloedvaten is een complicatie bij een verstoorde
glucosehuishouding, omdat een te hoog glucosegehalte het aantal reactieve
zuurstofverbindingen in het bloed sterk toenemen. Gluco balance bevat dan ook
anti-oxidanten en immuunstimulerende bestanddelen.





Gluco balance kan worden ingezet bij
hypoglycaemie en insulineresistentie en alle aandoeningen die ten gevolge van
insulineresistentie kunnen onstaan, zoals staart- en maneneczeem,
hoefbevangenheid, tying-up of luchtwegproblemen.



Gluco balance wordt verkocht via uw dierenarts of therapeut

U kunt een mail sturen naar praktijk@maasduyn.nl om deze te bestellen